Verklaring van Molenbeek – 29 oktober 2016

Verklaring van Molenbeek – 29 oktober 2016

Verklaring van Molenbeek – 29 oktober 2016

De internationale handelsakkoorden blijven in een ondoorzichtig mistgordijn gehuld, waarvan maar weinigen kennis hebben. Die akkoorden worden dikwijls onderhandeld in besloten kringen en onder druk van lobbyisten die voor rekening van de multinationals werken. Uit bezorgdheid om democratische transparantie te brengen, om onze rechten en waarden te beveiligen en om de burger een grotere rol toe te kennen in het nemen van beleidsbeslissingen, zijn op 29/10/2016 een aantal burgers samengekomen te Molenbeek om na te denken over de relatie tussen waarden en het doel van de internationale handel, om na te denken over methoden en middelen om dergelijke verdragen te ontwikkelen en tegelijkertijd de noodzakelijke bescherming te realiseren van de burgers, van het milieu en van een gezonde democratie binnen de Europese Unie. Het doel is om de democratie binnen de Europese Unie en haar Lidstaten meer participatief en burgergericht te maken.

Er werden drie grote punten behandeld, waarvoor we het volgende vragen:

1- Transparantie: naar een meer doorzichtige democratie

Het principe van de democratische transparantie volgt uit het idee dat de democratie zich kan ontplooien in de mate dat alle informatie, zonder voorbehoud of ongehinderd, kan circuleren, zodat ze voor iedereen toegankelijk kan zijn. We vragen aldus:

  • Om alle vroegere, nieuwe en toekomstige onderhandelingen doorzichtig te maken: aangezien deze handelsaangelegenheden (-akkoorden) ieders zaak zijn, is het normaal dat iedereen op de hoogte gehouden wordt van de normen en van de evolutie van elk reeds uitgevoerd of toekomstig project;

De onderhandeling over de vrijhandelsakkoorden is per definitie transversaal,  moet dus gevoerd worden met inbegrip van alle betrokken sectoren (zoals energie, leefmilieu, transport…), op een transparante en democratische manier, waarbij de gevolgde procedures voor het tot stand komen van de Europese Richtlijnen getoond worden. Daarin zijn alle Lidstaten betrokken, met raadpleging van de nationale Parlementen alsook raadpleging van de Europese bevolking;

  • Om deze transparantie uit te breiden tot een democratische controle op de financiële wereld, in de strijd tegen belastingparadijzen, …;
  • Om meer macht en bevoegdheden toe te kennen aan sleutelinstellingen zoals het Europese Parlement, het Rekenhof, alsook aan de nationale grondwettelijke Hoven, de Raden van State en de Europese en nationale gerechtsinstellingen;
  • Om aan de burgersamenleving een primordiale rol toe te kennen voor de controle op de naleving van de procedures, alsook aan de vertegenwoordigers van de partijen, de vakbonden en het geheel van middenveldorganisaties;
  • Om onafhankelijke media te creëren, niet onder de hoede van de multinationals. De snelheid van de sociale netwerken zou de oplossing kunnen zijn. Boven alles primeert het verifiëren van de bronnen.

2- Bescherming van ons sociaal-economisch, gezondheids- en leefmilieumodel

2.1) Onze huidige waarden werden niet op één dag bereikt, onze voorouders hebben er voor gevochten en wij vechten nog steeds voor het behoud ervan. Het is dus primordiaal om te verdedigen wat we al hebben en om de bescherming en de vrijwaring van onze sociale realisaties te verdedigen. Daartoe bevelen we het volgende aan:

  • Men moet rekening houden met het voorzorgsbeginsel (art.191 van het Verdrag betreffende de werking van de EU), dat een handel beoogt die defensief bedreven wordt en niet offensief : vanuit het oogpunt van voorzorg en voorzichtigheid, moet de duurzame ontwikkeling steeds prioritair zijn ;
  • De noodzaak van een hoog eisenniveau op het vlak van normen en standaarden die gewaarborgd zijn op EU-niveau, inbegrepen de eventuele verhoging van de sociale en leefmilieunormen. Deze akkoorden moeten het publiek recht (nationaal en Europees) respecteren, alsook de Grondwet van de ondertekenende Staten. Ze kunnen in geen geval de soevereiniteit van de Staten beperken, noch hun wetgevende macht, ook in domeinen die nog niet bestaan;
  • Het introduceren van clausules die een “nooduitgang” toelaten in toekomstige verdragen, in geval de fundamentele rechten er niet in zouden zijn nagekomen.

2.2) Laten we op een intelligente manier nadenken over de handelsakkoorden, met het oog op een Europees « intelligent » protectionisme (smart protectionism) om aldus onnodige invoer te beperken, door :

  • De interne markt en de regionale korte ketens te bevoordeligen, te beschermen en te bevorderen, wat de invoer zou beperken alsook de pollutie die ermee samenhangt; waardoor ook onze kleinste ondernemingen en onze boerenlandbouw, -die de grond en het leefmilieu eerbiedigt-, erkend en gevaloriseerd zouden worden, waardoor de kennis en kunde van de producenten tot hun recht zouden komen, evenals de voedselzelfvoorziening (bescherming van de lokale landbouw) in geval dit zinvol is (in sommige gevallen niet, bvb. tarwe in de Arabische woestijn) ;
  • In de kostprijs van de producten de kost voor het leefmilieu op te nemen en de ecotaks te herzien op basis van een daadwerkelijke balans van de impact op het leefmilieu;
  • De doelstellingen van de COP21 te realiseren. Dit door de weerslag op het klimaat en het leefmilieu van de handelsakkoorden te evalueren en door een compensatiemechanisme in te voeren voor de bijkomene emissies van broeikasgassen die veroorzaakt worden door het in voege brengen van dergelijke akkoorden;
  • Clausules te voorzien die een Lidstaat toelaten om gemakkelijk uit te treden uit de akkoorden;
  • Onze openbare diensten te vrijwaren.

2.3) Het is eveneens nodig om het juridisch kader te versterken met respect voor de waarden van solidariteit en van democratie op alle niveaus, om een zekere bescherming op te bouwen tegen de multinationals en hun weinig gewetensvolle bestuurders, door:

  • Een juridisch kader op te leggen aan de lobbying evenals een budgettaire grens per lobby-campagne;
  • Een controle van de werknemers in te voeren op het beheer van hun onderneming, met het oog op een betere verdeling van de winsten tussen Kapitaal en Arbeid, door een deel van de winsten het herinvesteren in de reële economie, door grenzen op te leggen voor de dividenden (max 2%) en door de anti-trustwetten toe te passen ;
  • Een fiscale harmonisatie te eisen, met vereenvoudigde belastingen en een eenvormige taxatie op basis van het aandeel in de omzet dat per land wordt gerealiseerd, om de transnationale ondernemingen te belasten alsook de financiële transacties. Dit om de financiële speculatie te ontmoedigen en om toe te laten dat een deel van de bekomen inkomsten ten goede komt aan de gemeenschap;
  • Een sociale harmonisatie te eisen, door clausules in te voeren die de sociale dumping verbieden;
  • Een gemengd Fonds te financieren dat de burgersamenleving toelaat om zich te verdedigen in geval van inbreuk op de fundamentele rechten;
  • Op grote schaal een burgeraudit op te zetten over de subsidies die worden toegekend per sector en per structuur;
  • Wetten uit te vaardigen om burgers het recht te geven om winkels (verkooppunten) te boycotten en desgevallend de inbreuken van deze winkels bekend te maken op mensenrechten en/of op de sociale en milieuwetgeving;
  • Zich te baseren op het beginsel van voedselsoevereiniteit om nieuwe regels op te stellen voor de multilaterale handel in levensmiddelen. De EU moet het GLB aanpassen alsmede de instrumenten van dit GLB voor de marktregeling. Stopzetting van elke financiële speculatie op landbouwgrondstoffen. De voedselcodex is de referentie inzake de voedselzekerheid;
  • Haalbare normen voor kleine bedrijven iut te werken, die verschillend zijn van deze voor grote bedrijven;
  • De openbare overheden de participatieve waarborgsystemen laten erkennen (PWS) die door de lokale producenten gewenst worden;
  • Elk internationaal verdrag aan te passen aan de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling (DO), die 17 doelstellingen en 169 operationale doelstellingen inhouden;
  • De betalingsrechten te voorzien per arbeidseenheid in de landbouw en niet per hectare, zoals nu het geval is.

2.4) Het is nodig om mogelijkheden van controles en sancties te voorzien in de schoot van deze verdragen, om aldus maximaal de waarden te beschermen die wij willen verdedigen. Aldus willen wij:

  • Op nationaal, Europees en internationaal niveau onafhankelijke controle-organen van de WTO oprichten die het beginsel van het algemeen belang verdedigen, boven de sectorale of particuliere belangen;
  • De bestaande maatregelen op WTO-niveau activeren, zoals de vrijwaringsclausules, die door de Lidstaten zelden worden gehanteerd;
  • Het begrip van ecocide erkennen en de daders ervan bestraffen;
  • Politieke sancties uitwerken op alle denkbare machtsniveaus;
  • Financiële sancties voorzien in verhouding tot de winsten, waardoor het mogelijk is om subsidies te recupereren, of de financiering van bepaalde sectoren stop te zetten, of de economische actoren te verplichten om het herstel van de schade te financieren, gaande tot het aanslaan van een deel van hun kapitaal;
  • Ertoe komen dat strafrechtelijke sancties opgelegd worden : dit vergt kennis van de bestaande juridische mechanismen, vereenvoudiging van de procedures, studie van de jurisprudenties … ;
  • De mogelijkheid hebben om de beheerraden te ontbinden van multinationals die zich buiten de wet bevinden en verhinderen dat de leiders en leden van die beheerraden andere mandaten uitoefenen, door hen juridisch aansprakelijk te stellen en door te voorzien in de mogelijkheid om hen individueel gerechtelijk te vervolgen;
  • Multinationals die buiten de wet staan verbieden om zich aan te melden als potentiële kandidaten voor deelname aan publieke biedingen.

2.5) De rol van de burger en van de consument is primordiaal; opdat de internationale verdragen in overeenstemming zouden zijn met wat de bevolking wil is het nodig dat :

  • De consumenten bewust gemaakt worden van de impact van hun aankopen op het leefmilieu;
  • De procedures voor de toegang tot de justitie gekend zijn en er betere informatie over gegeven wordt met het oog op het vergemakkelijken van beroepsprocedures;
  • De parlementairen gesensibiliseerd en opgeleid worden over de vragen die de burgers hebben in verband met de vrijhandelsverdragen.

3- Een krachtiger burgervertegenwoordiging

Meer en meer stellen we vast dat de wijze van functioneren en het bestuur van de Europese Unie in vraag gesteld worden, wat een andere democratische participatievorm nodig maakt. Het is fundamenteel dat eenieder zijn/haar plaats inneemt in de democratische participatie in het samenlevingsproject.

3.1) Voor alles moeten we er ons bewust van zijn dat niets verworven wordt voor altijd (de democratie, onze fundamentele rechten…). Het is bijgevolg nodig dat de burger geresponsabiliseerd wordt over de politieke, economische en leefmilieukwesties. Daartoe stellen we verschillende maatregelen voor:

  • De burger kent zijn democratische rechten niet en heeft de indruk dat hij door de gebeurtenissen voorbijgestoken wordt. Nochtans heeft hij WEL macht !
  • Ons opvoedingssysteem herzien, meer vrijheid geven aan de leraars en de democratie alsook onze kinderen al zeer vroeg de uitoefening van het burgerschap, van het vrij oordeelvermogen en van de kritiek aanleren. Hen ook opvoeden in broederschap, waaruit uiteindelijk solidariteit en vrijheid zullen voortkomen;
  • Het is nodig om de toegang tot en de creatie van informatie te bevorderen zodat men actief kan zijn en politiek participatief, dankzij de opvoeding zowel binnen de school als buiten de school (parascolair), om zo te strijden tegen de onwetendheid. Men moet de jongeren bewustmaken en hen mobiliseren om hen aan te zetten zich voor politiek te interesseren;
  • Het is nodig om meer werk te maken van lokale en burgerinitiatieven door middel van burgerateliers, deur-aan-deurcontacten en opleidingen (cursussen) voor de bevolking, die open zijn voor iedereen;
  • Idee van deur-aan-deurcontacten door geëngageerde burgers om “lambda (minder bewuste)” burgers te informeren en om hen ertoe aan te zetten zich te interesseren zowel aan hun lokale omgeving als aan de grote Europese problemen;
  • De participatieve democratie ontwikkelen, om te beginnen op het lokale niveau, alsook de controle op de economie heropnemen door het ontwikkelen van lokale munten.

3.2) Het is maar door gesensibiliseerd te zijn dat de burger zijn gedrag kan veranderen voor wat betreft de sociale, politieke en leefmilieu-aspecten. Hij moet er bijgevolg bewust van zijn dat indien hij rechten heeft, hij ook plichten heeft. Zo moet elke burger zich bewust zijn van de consequenties van zijn gedrag, door:

  • Het instellen van een verplichte burgerdienst om gesensibiliseerd te zijn en om in staat te zijn om deel te nemen aan het politieke gebeuren op lokaal, regionaal en nationaal vlak ;
  • Gevoelig te zijn voor een verantwoordelijke, duurzame en intelligente consumptie om zo de overconsumptie af te remmen alsook het probleem van de afval, en om te vechten tegen de druk (die aanzet tot consumptie). Dit om via zijn aankopen de slechte praktijken van de multinationals inzake verpakking aan te klagen of er een label op aan te brengen ;
  • De Class Action van de consumenten ontwikkelen wat de deelnemers eraan aldus een recht van afkeuring geeft in naam van alle consumenten.

3.3) Betreffende de te hanteren actiemiddelen, zijn er verschillende middelen die ontwikkeld  kunnen worden om zo de Europese burger beter aanwezig te krijgen op de politieke scène:

  • Meer volksraadplegingen en referenda houden. De stemming is een basisinstrument voor de uitoefening van de democratie; al-le bur-gers moeten gesensibiliseerd worden om gaan te stemmen en om van zich te laten horen;
  • Aan het referendum een retroactieve werking geven. Wanneer een akkoord of verdrag getekend is zou het referendum toelaten om de burgersamenleving daarover te raadplegen en haar de nodige tijd te geven om zich te informeren;
  • Een minimum van burgerhandtekeningen opleggen opdat een kandidaat verkiesbaar zou zijn. Dat zou hem verantwoording doen afleggen t.a.v. zijn kiezers;
  • Belang van burgerpleidooien om de bevolking de macht te geven om zich uit te drukken, alsook van de burgerlobbying die tegen de multinationals en de politieke actoren kan wedijveren en er druk kan tegen uitoefenen;
  • Oprichting van een Burgercomité en van een Burgerparlement om de regering te controleren.

 In  Molenbeek hebben aldus een aantal burgers die bijeengekomen zijn in  Worldcafé op 29/10 beslist om door middel van deze Verklaring, een boodschap te lanceren die de beslissers zou aanzetten om te stoppen met enkel te denken aan de egoïstische nationale en particuliere belangen van de multinationals en om integendeel het algemeen belang van de planeet voorop te stellen alsook het welzijn van alle bewoners. Onze toekomst hangt er van af.

About the Author: