TTIP, CETA, TiSA… Pedagogisch seminarie over de inzet van deze internationale verdragen

/, Mondialisation, Société Civile/TTIP, CETA, TiSA… Pedagogisch seminarie over de inzet van deze internationale verdragen

TTIP, CETA, TiSA… Pedagogisch seminarie over de inzet van deze internationale verdragen

Parl-Fed-300x168VERSLAG (COMPTE-RENDU, CLIQUEZ ICI)

23/11/2015: Ondanks het klimaat van onveiligheid in België, vooral in Regio Brussel, hebben we besloten om onze ontmoeting tussen parlementsleden en burgers te handhaven. Ondanks de verhoogde veiligheidalertheid moeten we de democratie en ons sociaal model intact houden.

Jammer genoeg heeft de afwezigheid van andere parlementsleden het debat tussen voor- en tegenstanders beperkt, terwijl dit eigenlijk het objectief was van het debat.

Deze tegenslagen hebben echter het denkproces rond de vrijhandelsovereenkomsten tussen aanwezige burgers en de twee afgevaardigden die onze uitnodiging om de conferentie bij te wonen aanvaard hadden, Gwenaëlle GROVONIUS (PS) et Dirk Van der Maelen (s.pa), niet getemperd.

Als sponsor van het evenement hebben de twee aanwezige volksvertegenwoordigers het onderwerp ingeleid. Mevrouw GROVONIUS benadrukte de vraag of de internationale verdragen geen teken van Euroscepticisme zijn of integendeel, primair Amerikanisme. De verdragen zoals ze momenteel onderhandeld worden, roepen vragen op over het behoud van onze sociale normen, gezondheid en milieu en op het behoud en de erkenning van onze nationale en Europese wetgevende en rechterlijke macht.

De heer VAN DER MAELEN heeft van zijn kant uitgedrukt dat hij het niet eens is met “ouders” van het TTIP. Voor de “vader” (Karel DE GUCHT) en de “moeder” (Hillary CLINTON) moeten de vrijhandelsverdragen gericht zijn op het creëren van een “trans-Atlantische interne markt” en een “economische NAVO”. Het Amerikaanse overheidssysteem hanteert andere waarden en de EU zou voordeel kunnen halen uit de ontwikkeling van partnerschappen met Azië en Rusland.

Professor Jean DE MUNCK (Katholieke Universiteit Leuven), Charles-Etienne LAGASSE (voorzitter van het studiecentrum Jacques Georgin – DEFI) en Mahité ORBAN (geëngageerde burger) hebben vervolgens de inzet van verdragen gepresenteerd, vooral TTIP en CETA. Het publiek reageerde sterk op deze interventies.

Uit de uitwisselingen kunnen we het volgende besluit trekken:

Ondanks de geruststellende berichten van de Europese Commissie en van de Europese regeringen over de gevolgen en mogelijkheden van deze internationale vrijhandelsverdragen blijven er veel twijfels en vragen. De Europese bevolking is bewust van de onaanvaardbare gevolgen van de overeenkomsten en staat paraat om de risico’s aan de kaak te stellen.

Het merendeel van de sprekers ziet het belang in om de handel met de Verenigde Staten dat zich geleidelijk richt op opkomende landen en directe concurrenten van de Europese Unie, te vergemakkelijken. Of er echter een noodzaak is aan dergelijke verdragen houdt talrijke geesten druk bezig. Inderdaad, de voorwaarden zoals ze nu onderhandeld worden, hebben een niet te verwaarlozen en alarmerende impact op financiën, landbouw en democratie.

Voor Professor Jean DE MUNCK zullen de nieuwe generatie van “deep and comprehensive” internationale verdragen de louter economische effecten overstijgen, terwijl niet duidelijk is wie de begunstigden ervan zullen zijn.

Vanuit een puur economisch perspectief, maken sommige studies melding van een magere winst van 0,5% groei, gespreid over tien jaar. Daarnaast voorspelde onlangs de TUFTS University (Boston) een verlies van 65.000 banen voor België alleen al. Het Europese economische weefsel, dat voornamelijk uit kleine en middelgrote ondernemingen bestaat, loopt het gevaar om onder het gewicht van multinationale ondernemingen af te brokkelen. Vervolgens onderlijnt de professor dat dit type verdrag een nieuw internationaal juridisch kader voor het globale kapitalisme creëert. Op rechtstreekse wijze veranderen CETA en TTIP de zin van de dynamiek van de Europese constructie, door te focussen op het veranderen van economie en politiek in een Europa zonder grenzen, nu dat ze trans-Atlantisch worden.

De Voorzitter van het studiecentrum Jacques GEORGIN (studiecentrum van Defi), Charles-Etienne LAGASSE, herinnert eraan dat het onderhandelingsmandaat goedgekeurd door de vorige regering te laks was. Ondanks enkele positieve elementen (vooral betreffende de toegang tot de Amerikaanse overheidsaankopen en de opheffing van de technische en administratieve belemmeringen), er wegen te veel onzekerheden inzake de naleving van de Europese normen op sociaal gebied, milieu of gezondheid, op het statuut van ziekenfondsen, generieke geneesmiddelen en betreffende het mechanisme van geschillenbeslechting tussen beleggers en Staten. Onder druk van de burgermaatschappij heeft het middenveld al goede resultaten verkregen en de druk moet doorgaan. Tenslotte somt CEL een aantal voorwaarden op waaraan moet worden voldaan om een toekomstig verdrag goed te keuren.

Vanuit een maatschappelijk perspectief, echter, heeft de grote Europese markt de gebreken uit een te snelle liberalisering zonder strikt wettelijk kader al aangetoond: de lidstaten van de Europese Unie worden in concurrentie geplaatst qua vereenvoudiging van regelgeving om een maximum aantal investeerders aan te trekken, ten koste van de veiligheid en het welzijn van de burgers (voedselveiligheid, gezondheid, job onzekerheid, verminderd welzijn, sociale ongelijkheid en sociale zekerheid). In de plaats van concurrentie tussen de lidstaten aan te moedigen in de naam onbeperkte groei, stellen verschillende sprekers de vraag of de EU zich niet moet richten op innovatie en ontwikkeling van schone en hernieuwbare technologieën op het gebied van energie, vervoer, huisvesting en landbouw; zo zouden verdragen in voorbereiding kunnen worden gereactiveerd: zoals nucleaire ontwapening, beperking van conventionele wapens of door het aanmoedigen van de millenniumobjectieven. Hoe kunnen we een verbetering van de situatie verwachten door de landen open te stellen voor fiscale, sociale en ecologische normen die vaak minder streng zijn dan deze in de Europese Unie? Volgens een geciteerde auteur, Joseph STIGLITZ in zijn boek ‘La Grande Fracture’, versterken deze handelsverdragen de hyper-competitiviteit tussen de landen. Ze schieten de sociale en milieunormen naar beneden, verhogen de ongelijkheid en ondermijnen de regulerende rol van onze rechtstaten.

Mahité ORBAN analyseerde de CETA verdrag met Canada, dat al afgerond is en binnenkort aan het Europees Parlement zal worden voorgelegd. Zij heeft in het bijzonder de nadruk gelegd op de nationale belastingbevoegdheid die aan de soevereine machten kon ontsnappen. Als de staten officieel nog steeds het recht behouden om hun eigen begrotingsbeleid te bepalen, stelt ze dat:

  1. ze onderhevig zullen zijn aan het risico om door hun partners, in het kader van de overeenkomsten voor harmonisatie en convergentie, geïnterpelleerd te worden;
  2. ze onvermijdelijk zullen deelnemen aan een wedstrijd voor de meest aantrekkelijke fiscaliteit. Deze fiscale concurrentie tussen staten zal vooral leiden tot een aanzienlijk verlies voor de begroting en de openbare orde.

Het onderhandelingsmandaat dat verleend werd door de nationale regeringen is te laks en vaag. Concreet zal dit betekenen dat door ambtenaren van de Europese Commissie gekozen technici beleidsbeslissingen kunnen nemen. Het federale en het Europese parlement zullen niet meer betrokken worden. We gooien hier het historische Europese project weg. Volgens sommige aanwezigen is de besluitvorming momenteel niet perfect en wordt die gekenmerkt door de Europese Commissie die, enerzijds, voorstellen doet en uitvoert, en anderzijds de Raad van de EU en het Europees Parlement die de teksten al of niet goedkeuren. Door de ondertekening van CETA, besluit men dus om meer wetgevende bevoegdheden aan een nieuw soort trans-Atlantische commissie te geven: het Forum voor Reglementaire Samenwerking. Volgens andere aanwezigen komt het ondertekenen van dit soort verdragen door de huidige Europese besluitvorming erop neer dat zij het grootste gevaar voor de politieke en intellectuele onafhankelijkheid van de lidstaten geworden is.

« quasiconstitutionele overeenkomsten »
Nieuwe regelgeving voortvloeiend uit quasiconstitutionele overeenkomsten stelt de democratieën van de lidstaten van de Europese Unie in twijfel, door middel van de niet-naleving van de scheiding der machten en de beperking van de soevereine wetgevende en rechterlijke macht. Ze zou niet langer aan het oordeel of de stemming van het parlement onderworpen zijn, wat een groot gevaar voor de democratie is. Bovendien is er de kwestie van de legitimiteit van het onderhandelingsmandaat dat de Europese Commissie heeft ontvangen. In het geval van dergelijke verdragen moeten ze als ‘gemengd’ behandeld worden, wat weliswaar in strijd is met de wens van de Europese Commissie, om de nationale (en regionale) soevereiniteit beter te eerbiedigen. CETA onderschrijven, zeker als het niet als ‘gemengd’ wordt beschouwd, zou de wetgevende capaciteit van de lidstaten sterk verminderen.

Onderhandelingen over dergelijke verdragen roepen fundamentele vragen op die verder gaan dan enkel de thema’s transparantie en economische groei, zoals vaak genoemd. Ze stellen de democratie en het Europese project in vraag. Een economische unie van 28 staten confronteren met de Verenigde Staten dreigt alle inspanningen van de afgelopen 60 jaar voor een democratisch, verenigd en vreedzaam Europa te vernietigen.

Tot slot, vanuit een geopolitiek oogpunt, wordt de onafhankelijkheid van de Europese Unie bedreigd. De strategie van de Verenigde Staten om een ​“economische NAVO” op te richten lijkt dichter bij een beleid van “containment” of “insluiting” ten aanzien van China en Rusland. Is het niet juist om een ​​bipolaire wereld tegen te werken dat de Europese Unie is opgericht? Moet een multilateraal systeem niet precies de hoeksteen van het handelsbeleid van de EU vormen?

Een spreker verdedigt dat in het licht van deze (economische, sociale, democratische en geopolitieke) uitdagingen, het essentieel is om de normen en principes te verdedigen, die moeten leiden tot betere levensomstandigheden van de bevolking. Deze principes mogen echter wetgevende en rechterlijke bevoegdheden van de lokale, nationale en Europese instellingen niet belemmeren.

Om echt tot een eerlijk verdrag in ieders voordeel te komen, moeten de democratisch verkozen volksvertegenwoordigers en de vertegenwoordigers van het collectief belang op nationaal en Europees niveau naar de burgers luisteren, die zich mobiliseren en die door deze projecten beïnvloed worden. De 3.284.289 (meer dan drie miljoen!) ondertekenaars van het Europese burgerinitiatief tegen TTIP en CETA, en nog vele miljoenen andere tegenstanders van de verdragen – ongeacht hun politieke opvattingen – zijn bij de aanleg van een openbaar debat voor een “alter-Europa” betrokken en niet “anti-Europa”. De Europese beleidsmakers van de lidstaten hebben dus de plicht om alle aspecten en gevolgen van deze vrijhandelsovereenkomsten te overwegen, om met kennis van zaken te beslissen. Impactstudies en prognoses moeten voor elke sector van de economie worden verspreid, uitgelegd en geanalyseerd om de burgers toe te laten alles uit te pluizen. Een groot constructief maatschappelijk debat zal vervolgens vorm kunnen krijgen.

Het is nog niet te laat om te handelen. Het is dringend nodig om alle lopende onderhandelingen stop te zetten, om de goedkeuring van CETA door de Raad van de Europese Unie (februari 2016), door het Europees Parlement en de nationale parlementen te voorkomen. De Europese Commissie heeft op de bezorgdheid bij het publiek gereageerd door meer « transparantie » in de onderhandelingen te beloven met het voorstel om het ISDS (arbitrage van geschillen tussen private investeerders en staten) te hervormen. De Commissie heeft ook een voorstel voor een nieuwe strategie « Trade for All », bedoeld om de burger in de toekomst dichter bij transnationale economische kwesties te betrekken.

Dat is niet genoeg. Vrijhandel moet niet de enige basis van alle verdragen en akkoorden met derde landen zijn. De « free trade” (“vrijhandel ») moet plaats vrij maken voor « fair trade » (“eerlijke handel”), om een ander fundamenteel model van de samenleving na te streven.

Het stopzetten van de TTIP-onderhandelingen en de afwijzing van CETA zijn noodzakelijk opdat de regionale, nationale en Europese volksvertegenwoordigers zouden kunnen nadenken en in overleg met hun kiezers kunnen handelen om de nationale verworvenheden en het Europees model te herwaarderen voor meer gelijkheid, tolerantie, realisatie en welzijn van de burgers.

[1]Europese Commissie, « Trade for All. Towards a more responsible trade and investment policy », oktober 2015, p.29.
By | 2017-10-07T13:55:14+00:00 décembre 7th, 2015|Categories: Fédéral, Mondialisation, Société Civile|

Share This Story, Choose Your Platform!

About the Author: